donderdag 16 december 2010

Wraak


Voetstappen. Het leek wel of er iemand over de gang liep! André lag doodstil in zijn bed, terwijl hij het plotseling ijskoud kreeg. Hij was net bezig zich om te draaien, maar durfde zich niet meer te verroeren, waardoor hij nu al vele minuten op zijn rechterarm lag. De voetstappen leken stil te houden voor zijn deur, maar hoe goed hij daarna ook luisterde, hij hoorde niets meer. Stond er nu iemand minutenlang voor zijn slaapkamerdeur te wachten?

Het was eigenlijk te zot voor woorden, zei André bij zichzelf. Hier lag hij, een volwassen man van in de veertig, bang als een klein kind op de eerste de beste avond dat hij alleen thuis was. Hoewel hij nog steeds een angstig gevoel had en onwillekeurig heel gespannen bleef luisteren, probeerde hij zich verder om te draaien. Zijn arm was gevoelloos geworden. Hij balde zijn vuist een paar keer om het bloed te laten stromen, terwijl hij zachtjes tegen zichzelf bromde: 'Kleuter!'

Precies op dat moment werd er op zijn deur gebonsd. André verstijfde. Hij begon letterlijk te klappertanden van angst, terwijl hij in paniek naar het lichtknopje grabbelde. Voordat hij het had gevonden zwaaide de deur open en stond er een grote, dikke gestalte in de slaapkamer. De gestalte liep naar het bed en trok met een grote zwaai het dekbed weg.

'Mijn dekbedovertrek!' siste de gestalte, en André herkende onmiddelijk de stem van zijn moeder. Voordat hij kon protesteren had ze ook een schilderij van de muur geslagen. 'Mijn lijst! Mijn glasplaat!', krijste ze. Ze leek volkomen hysterisch. Het beeldje op de nachtkastje moest er ook aan geloven, en nu trok ze ook de klerenkast open. Truien en spencers – inderdaad ooit nog door zijn moeder gebreid – vlogen door de lucht. 'Van mij! Van mij!' gilde ze. Inmiddels had André het lichtknopje gevonden.

Zijn moeder zat onder het zand. Ze leek een beetje versufd door het plotselinge licht, en stond een paar seconden voor zich uit te staren voor ze zich naar haar zoon draaide. Ze had een verwilderde blik in de ogen, en richtte nu voor het eerst het woord rechtstreeks tot André. 'Jij bent ook van mij. Van mij! Van mij! Van mij!'

Pas toen ze met maaiende armen op hem af kwam rennen herinnerde André zich dat zijn moeder al jaren geleden was overleden.

http://www.telegraaf.nl/binnenland/8513504/__Man_eist_eigen_graf_terug__.html?p=3,2

woensdag 8 december 2010

Het kerstengeltje

Het beloofde een eenzame kerst te worden voor Govert. De sneeuw bleef maar vallen – een gegeven dat zijn kinderen dankbaar hadden aangegrepen om dit jaar niet te komen. Ze waren blij toe geweest, dacht Govert mopperend bij zichzelf. Vorig jaar wisten ze ook niet hoe gauw ze moesten wegkomen, en hij had ze geen ongelijk kunnen geven. Het huis was danig verslonsd sinds zijn vrouw was overleden. Zijn schoondochter Anne-Wil, die het eten voor haar rekening zou nemen, had zich luidkeels beklaagd over de staat van de keuken. 'Moet ik een kerstmaal koken in deze zwijnenstal?' had ze op huilerige toon tegen zijn zoon geroepen toen ze dacht dat Govert niet in de buurt was.

Ach, die treurige, ongemakkelijke kerstmaaltijden met de familie – het was eigenlijk een bespottelijk cliché. Govert wilde er niet eens meer over nadenken. Dit jaar zou hij kerst in zijn eentje vieren, en dat was helemaal niet erg. Het helemaal niet vieren vond hij ook een cliché – voor zielige, eenzame mannen. Dus had hij bij de Albert Heijn een hertenbiefstukje gekocht, en dat ging hij vanavond klaarmaken. Hij zou wel eens laten zien wat hij voor lekkers kon koken in zijn zwijnenstal. Een feestje zou het worden, helemaal voor hem alleen.

Het werd donker, en de wind gierde om het huis. Goverts antieke gaskachel had het moeilijk, maar het bleef behaaglijk warm in het Westlandse huisje. Toen hij zijn neus tegen de vitrage drukte zag hij dat er inmiddels wel een halve meter sneeuw in zijn tuin lag. Bepaald Dickens-achtig, mompelde hij bij zichzelf. Ineens moest hij aan zijn compagnon denken, die potverdorie ook nog eens Jacob heette en al jaren terug was overleden. Maar Jacob was geen uitzuiger geweest, en Govert ook niet. Ze hadden altijd naar eer en geweten rozen gekweekt en nog nooit iemand opgelicht.

Toch werd Govert een beetje bleek om de neus toen er, terwijl hij in gedachten verzonken bij het raam stond, plotseling werd aangebeld.

Hij slofte naar de voordeur. De verwarming stond alleen in de woonkamer aan; op de gang was het ijskoud en omdat het peertje een tijdje terug was gesprongen ook nog eens aardedonker, en daarom duurde het even voordat hij het slot van de voordeur had opengefrommeld. Toen de deur eindelijk openzwaaide zag hij tot zijn opluchting dat niet zijn overleden compagnon op de stoep stond, maar een klein, schattig jongetje. Over zijn kleren had hij een soort luiertje aan, en op zijn rug prijkten twee vleugeltjes. Het was duidelijk dat gepoogd was hem er uit te laten zien als een engeltje.

'Rozen kopen, meneer? Echte kerstrozen!' riep het jongetje hem toe, nog voordat Govert goed en wel van de verrassing bekomen was. Terwijl hij zijn portemonnee uit zijn zak haalde moest Govert ineens aan vroeger denken. Bloemen verkopen, dat had hij als kind zelf ook nog gedaan. Gelukkig hoefde hij nooit verkleed als engeltje – hij schaamde zich altijd al genoeg om aan de deuren te moeten leuren.

'Hou het wisselgeld maar,' wilde hij vriendelijk zeggen toen hij eindelijk een tientje had opgediept, maar het jongetje was plotseling verdwenen. Op de stoep lag enkel nog een bosje kerstrozen. Ze roken een beetje weeïg.

http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2690/Opmerkelijk/article/detail/1067203/2010/12/01/Wiet-Nee-kerstrozen.dhtml

dinsdag 30 november 2010

Regen


De regen donderde naar beneden. Jaap van Flobbelen keek gedeprimeerd naar buiten door het raam van zijn houten keet. Zijn pas omgespitte volkstuintje veranderde langzaam in een modderpoel. Dat werd niks meer met de begonia's dit jaar.

De radio die in de hoek van de keet stond was nauwelijks meer te horen, zo hard kletterde het water op het zinken dak. Van tijd tot tijd stoorde de ontvangst, dan klonk er kortstondig een luide ruis.

Jaap schroefde de thermosfles open en schonk zichzelf koffie in. Op de houten tafel stond een pot Completa koffiemelkpoeder, maar er was geen lepel. Toen Jaap probeerde om rechtstreeks vanuit de pot in zijn mok te gieten schoot hij uit, waardoor zijn bakkie bedolven werd onder een lading poeder. Door driftig te roeren met een balpen die ook op tafel bleek te liggen probeerde hij er nog het beste van te maken. Even later dronk hij lauwe koffie, waarin grote brokken onopgeloste Completa dreven. Zonde om weg te gooien, maar lekker was anders.

De regen leek te verergeren. Jaap zag nu bijna niets meer als hij naar buiten keek. Door een muur van grijs water kon hij nog net zijn kruiwagen zien staan, die steeds dieper wegzakte in de blubber. Zelfs naar huis gaan was nu eigenlijk geen optie meer. Het was een heel eind lopen naar de parkeerplaats waar hij zijn fiets had gestald, en het opvouwbare parapluutje dat hij 's ochtends bij zich had gestoken was ongetwijfeld niet bestand tegen dit regengeweld.

Jaap zakte onderuit in zijn plastic stoel en legde voorzichtig zijn voeten op tafel. Zijn keet was een vies hol dat nooit werd schoongemaakt; een stel modderpoten op tafel maakte niet meer uit. Terwijl hij zachtjes een deuntje floot keek hij om zich heen, bedenkend hoe hij de tijd sneller kon laten gaan. Jaap was geen man die zich graag verveelde.

Opeens viel zijn blik op de draagbalken die over het plafond liepen. Zag hij het nou verkeerd of trokken ze een beetje krom? Dat zou best kunnen met al dat water op het dak. Een regenpijp was er niet. Stond al een tijdje op het verlanglijstje, maar nog niet van gekomen. Hoe langer hij naar de balk keek, hoe krommer hij leek te staan.

Met een ruk stond Jaap op en liep naar de deur. Er moest iets gebeuren aan de afwatering, anders stortte de hele boel hier in elkaar - ineens wist hij het zeker.

Op het moment dat hij het metalen hordeurtje vastpakte gebeurde het. Boemknal Bengboem. Daar zakte het huisje in elkaar, en Jaap lag er gewoon onder hoor, niks geen happy end. Hartstikke verpletterd was hij. Bedolven onder houten balken, een zinken dak en een boel regen.

http://www.ad.nl/ad/nl/1008/Planet-Watch/article/detail/546342/2010/11/30/Dubbel-zoveel-doden-door-extreem-weer-in-2010.dhtml

dinsdag 16 november 2010

Appeltaart


Nacht. Het was doodstil, op het geluid van de tikkende klok na. Soms bewoog er een streep licht over de muur als er in de verte een auto voorbij reed. Verder was het donker. Pip Hollema stond roerloos in de woonkamer, slechts gekleed in een overmatige witte onderbroek. Hoe lang stond hij hier al? Hij was het besef van tijd een beetje kwijt.

Als hij 's nachts onverhoeds wakker werd bevond hij zich altijd in een onwerkelijke, verwarde staat. Laatst kwam hij bij zijn positieven terwijl hij op zijn knieën in bed zat met zijn kussen in zijn handen. In zijn herinnering was hij al zeker een uur koortsachtig bezig om dat kussen door de spijlen van het ledikant te duwen. Een andere keer had hij om drie uur 's nachts het oude telefoonnummer van zijn moeder gebeld. Hij werd pas goed wakker toen de slaperige stem van de nieuwe bewoner hem uit aan het schelden was.

Was het slaapwandelen? Echt wakker was hij op zulke momenten niet, maar echt slapen deed hij ook niet. En hij kon zich, als hij eenmaal echt wakker was, altijd haarfijn herinneren wat hij had gedaan en waarom. Het kussen was een stuk brood geweest dat hij door de tralies aan een hongerige gevangene had proberen te geven. Zijn moeder had hem gevraagd te laten weten of de macaroni lekker was geweest. Het was een vreemde, vreemde werkelijkheid waarin Pip 's nachts verkeerde.

Nu stond hij dus in de woonkamer. Hij voelde aan zijn armen. IJskoud. Waarschijnlijk was hij al zeker een half uur uit bed. Terwijl hij driftig over zijn armen wreef probeerde hij zich te herinneren wat de reden was dat hij hier in de woonkamer stond.

Hij had iets geroken. Ineens wist hij het weer. Hij was uit bed gekropen omdat de appeltaart aan het aanbranden was. Hij lachte bij de gedachte. Wat gebeurden er 's nachts een wonderlijke dingen in zijn hoofd - al zijn zintuigen werden blijkbaar ingeschakeld! Hij liep terug naar de gang. In de spiegel zag hij het silhouet van zijn gehate, kolossale lichaam opdoemen. Gelukkig was het licht uit.

Hij wilde de trap opgaan, maar plotseling hield hij stil. Rook hij nu weer iets? Hij stak zijn neus een beetje omhoog en snoof langzaam in. Appeltaart.

In de keuken bleek het licht nog aan te staan. Op het moment dat hij binnenkwam klonk het piepje van de oven. Had hij nu potdorie zonder het te weten in zijn slaap een appeltaart staan bakken? Een licht verontrust gevoel maakte zich meester van Pip, terwijl hij met beide handen de stukken taart in zijn mond propte.

http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2690/Opmerkelijk/article/detail/1052983/2010/11/16/Dikkerds-ruiken-eten-extra-goed.dhtml

dinsdag 9 november 2010

Bloed


Hoewel de ramen waren dichtgeplakt met oude kranten, trok er van tijd tot tijd een koude windvlaag door het laboratorium. Buiten lag de sneeuw wel twee meter hoog – om de paar dagen stuurde professor Bhatia een van zijn assistenten naar de bovenverdieping die vervolgens, gewapend met een grote schep, uit het raam moest springen en de weg naar de voordeur vrij moest maken. Twee keer per week landde er een helikopter om voedsel te brengen, en dan moest de voordeur open. Verder waagde niemand zich ooit buiten. Het was veel te koud, en bovendien werd iedereen volledig in beslag genomen door het onderzoek. Dit was het levenswerk van professor Bhatia, en hij was er zo door bezeten dat iedereen die met hem samenwerkte dag en nacht door bleef gaan.

'Resultaten! Ik wil resultaten zien!' grauwde de baas van tijd tot tijd vanaf zijn werkkamer, en dan renden alle wetenschappers door de gangen met reageerbuizen en uitdraaien en rapporten. In een rijtje moesten ze voor het reusachtige bureau gaan staan, om een voor een te vertellen over de laatste vorderingen. Zelden was de legendarische hoofdonderzoeker tevreden, en niet zelden vlogen de meubelstukken door de kamer. Voor zo'n klein mannetje was Bhatia nog aardig sterk. Je zou het niet zeggen als je hem zag, maar vroeger, voor hij naar Canada was gekomen, had hij in een of ander louche Indiaas legeronderdeel gewerkt - dat verraadden de foto's aan de wand tenminste. De geruchten gingen dat hij zichzelf in die tijd geïnjecteerd had met vreemde stoffen, waardoor hij nog steeds beresterk was.

Op deze bewuste dag was de sfeer extra gespannen. 'Vandaag is het uur U,' zo had Bhatia 's ochtends door het gebouw gebruld. 'Vandaag gaat de kroon op het werk!' Bij hoge uitzondering was hij zelfs persoonlijk naar het laboratorium gekomen, dat speciaal voor de gelegenheid was opgeruimd. Er waren stoeltjes neergezet in een kring, waarop de onderzoekers gingen zitten. Bhatia stond in het midden, een grote schijnwerper op zich gericht.

'Proefpersoon!' gilde hij. Omdat zijn Engels nog niet zo best was, was altijd nogal kort van stof, wat de luid geschreeuwde aanwijzingen een nogal hysterisch, angstaanjagend karakter gaven.

Daar was de proefpersoon al. Een angstig eskimootje, dat Bhatia maanden geleden speciaal voor dit doel had meegebracht. Het eskimootje zat al die tijd gevangen in een kooi in de hoek. Er was een speciale assistent om hem te voederen, maar ondanks alle goede zorgen krijste het eskimootje als een speenvarkentje terwijl hij uit zijn kooi gehaald werd. Zou het eskimootje weten welk lot hem boven het hoofd hing? Je zou het bijna denken.

'Handschoenen!'

Bhatia schreeuwde nog harder dan gewoonlijk, en het was hem duidelijk aan te zien dat de zenuwen hem bijna te machtig werden. Dikke druppels zweet parelden op zijn voorhoofd. Een setje plastic handschoenen werd de wetenschapper aangereikt, en hij trok ze langzaam aan. Iedereen was stil, zelfs het eskimootje, waardoor het geknars van het plastic extra luid en naargeestig klonk.

'Bips!'

Het eskimootje werd omgedraaid, en onder de nodige ohhhhhhs en ahhhhhs van de omstanders werd zijn achterwerk door Bhatia ingesmeerd met de substantie die de onderzoekers de afgelopen maanden hadden ontwikkeld. En toen gebeurde het... Aaaargh!!!

(de afloop van dit verhaal kunt u lezen via onderstaande link. opgepast! niet voor mensen met een zwakke maag)

http://www.elsevier.nl/web/Nieuws/Wetenschap/280684/Wetenschappers-veranderen-huidcellen-in-bloed.htm